Olaf Ritman over zijn tijd bij de Amsterdam Staff Band (1)

Laatste update om 19:24 op Monday, 18 March

Olaf Ritman zal aan het einde van 2024 zijn functie bij de Amsterdam Staff Band neerleggen; reden voor een terugblik op de jaren dat Olaf Ritman actief was als kapelmeester en muzikant binnen het Leger des Heils.

Wat heeft je gemotiveerd om lid te worden van het Leger des Heils en je muzikale reis te beginnen? 

Ik ben van jongs af aan door mijn ouders meegenomen naar het Leger des Heils. Zowel mijn ouders als ooms, tantes, opa’s en oma’s zijn altijd muzikaal actief geweest in de brass bands en koren van het Leger des Heils. Mijn opa (Alewijn van Gulik) is jarenlang kapelmeester geweest in de korpsen Schiedam en Vlaardingen en heeft in de voorloper van de Amsterdam Staff Band, het Nationaal Muziekkorps, gespeeld als principal cornetist in de periode van Bernard Verkaaijk. Mijn vader is kapelmeester geweest in Schiedam, Ede en Apeldoorn en heeft jarenlang in de Nationale Brass Band (periode Meindert Boekel) gespeeld. Een van mijn ooms is een aantal jaren lid geweest van de ASB op bes bas. Dus je kunt zeggen dat brassmuziek en in het bijzonder die van het Leger des Heils er van jongs af aan ingegoten is. 
Rond mijn 10e ben ik gestart met muziekles. Al snel werd ik verliefd op de cornet, nadat ik mijn grote voorbeeld Steef Klepke tijdens een muziekfestival van het Leger des Heils heb zien en horen spelen. Maar wellicht is die keuze ook wat gestuurd door mijn vader omdat hij cornetisten nodig had in het muziekkorps van Leger des Heils Korps Schiedam! 
Ik kan me nog goed heugen dat ik als jongen van 11-12 mocht gaan meespelen in het muziekkorps en op de een of andere onverklaarbare manier is dat virus van de Leger des Heils muziek er toen gaandeweg ingeslopen. 
 
Kun je ons meer vertellen over je ervaring als lid van het Amsterdam Stafkoor en later als lid van het Stafmuziekkorps? Wat waren de hoogtepunten voor jou? 
Op mijn 17e mocht ik lid worden van de Amsterdam Staff Songsters (lage bas). Dat was een geweldig voorrecht en die periode heeft me geleerd wat het betekent om je voor de volle 100% in te zetten voor een dergelijke groep. In mijn periode bij het koor hebben we verschillende CD’s opgenomen en een aantal trips naar het buitenland gemaakt. Van die trips is de tour naar Australië (2003) me het meest bijgebleven, maar ook het bezoek aan Engeland waar we met alle stafkoren uit de wereld mochten deelnemen aan het 20-jarig jubileum van de International Staff Songsters. 

In 2000 vroeg Howard Evans – kort daarvoor aangesteld als nieuwe kapelmeester van de ASB – mij om lid te worden van de band. Na 1 repetitie op 1e cornet werd ik de week erna op de voorste rij ontboden om voor de jaren daarna de solo cornet partij voor mijn rekening te nemen. Ik moet overigens nog steeds auditie doen! 

Ook in de periode dat ik als muzikant lid was van de band heb ik het voorrecht gehad om aan de opname van verschillende CD’s bij te dragen en hebben we diverse buitenlandse trips gemaakt. Twee die daar uitspringen zijn de tour naar de westkust van Amerika (2002/2003) waar we hebben deelgenomen aan de welbekend Rose Bowl Parade en onze tour door Engeland (2005) die eindige met een muziekfestival in de Royal Albert Hall in London. 

Mede met hulp van Howard (en later Thijs Musch) zijn mijn composities en arrangementen langzaamaan de brass band wereld van het Leger des Heils in gerold. Howard was bereid om mijn stukken op het repertoire te zetten en mij van feedback te voorzien. Dat was voor mij de allerbeste leerschool als het gaat om het schrijven van muziek en daarom zie ik dat ook als persoonlijk hoogtepunt. 
 
Hoe ben je terechtgekomen bij de Amsterdam Staff Band en wat betekent deze periode als kapelmeester voor jou? We zijn natuurlijk benieuwd naar de hoogte- en dieptepunten uit jouw tijd bij dit onderdeel van het Leger des Heils. 
Het was een grote verrassing en nog grotere eer toen ik werd gevraagd om vanaf het seizoen 2009/2010 de positie van kapelmeester te gaan bekleden. Maar tegelijkertijd voelde ik ook dat ik daar klaar voor was. Voor zover je dat kunt zijn natuurlijk. Het was in ieder geval een verzoek waarvan ik wist dat het een geweldige invulling van mijn buitengewone passie voor (Leger des Heils) brass muziek zou zijn. En dat is gebleken! 

Kapelmeesters van de Amsterdam Staff Band
Door mijn sterke band met Howard Evans heb ik veel van hem opgestoken als het gaat om het leiden van een muziekkorps van het Leger des Heils. Zeker op het niveau van een staff band. Anders wellicht dan bij een gemiddelde muziekvereniging komt er bij het leiden van een muziekkorps van het Leger des Heils het christelijke aspect bij kijken. De missie van de ASB is om door middel van onze muziek het evangelie van Jezus Christus te verspreiden. Dat geeft dus een heel andere dimensie aan de concerten en overige activiteiten. 
Wat ook meespeelt is, dat alle muzikanten lid van de band zijn náást dat ze in het muziekkorps van hun lokale Leger des Heils gemeente spelen. Dat houdt in dat zij een extra repetitie in de week hebben en vanuit het hele land daarvoor naar Almere reizen. Ook dat brengt de nodige uitdagingen mee in het leiden van het orkest en alles wat daarmee samenhangt. De periode waarin ik leiding mocht geven aan de ASB is een aaneenschakeling geweest van heel veel mooie momenten en hoogtepunten, afgewisseld met enkele mindere momenten. 

De hoogtepunten zijn talloos, maar degene die eruit springen zijn onze deelname aan ISB 120 (het 120-jarig jubileum van de International Staff Band in Londen) in 2011. Als 1 van de 8 staff bands van de wereld mochten wij meedelen in de festiviteiten en optreden in de Royal Albert Hall, marcheren over The Mall en optreden op het fore court van Buckingham Palace. Daar stond ik dan, als dirigent met 1 ASB seizoen op mijn CV, tussen mijn collega-kapelmeesters die gemiddeld 30 jaar ervaring op hun CV hadden staan! Maar dit was natuurlijk een geweldige ervaring! Evenals onze tournees naar Canada (2013) en Amerika (2018). Dat zijn echt de krenten in de pap van het deel uit maken van een staff band van het Leger des Heils. 
Hoewel de dieptepunten gelukkig beperkt zijn geweest is het feit helaas wel dat er in mijn periode als kapelmeester 2 stafmuzikanten zijn overleden of, zoals we dat in het Leger des Heils noemen, Bevorderd tot Heerlijkheid. Omdat wij geloven dat mensen die het aardse leven achter laten naar een betere plek gaan. 
In 2020 overleed na een kort ziekbed onze solo hornist Henry Barink. Henry was nog maar kort lid van de band, maar hij speelde er met hart en ziel in. Vanwege de toen geldende corona-maatregelen kon dienst met slechts een beperkt aantal mensen plaatsvinden, maar gelukkig konden we met de hele band spelen. 
Twee jaar later, in juni 2022, overleed een van mijn allerbeste vrienden en all-time “Mr. ASB”, Steef Klepke jr. Steef bleek achteraf op de uitvaartdienst van Henry al ernstig ziek te zijn en was niet meer te genezen. Zijn ziekte en overlijden hebben een enorme impact op de band maar vooral ook op mij persoonlijk gehad. Ik vind het nog steeds onbegrijpelijk waarom dit zo moest zijn. Met heel veel vreugde en genoegen kijk ik terug op de periode dat Steef en ik samen mochten optrekken in de ASB. 

Olaf Ritman samen met Steef Klepke
 
Je hebt ook als onderkapelmeester gediend bij het Stafmuziekkorps. Wat waren de uitdagingen en voldoeningen van deze rol? 
Als onderkapelmeester ben je in feite tweede dirigent. Ik werd daarvoor gevraagd door Thijs Musch nadat hij werd aangesteld als kapelmeester in 2006. Thijs is beroepsmuzikant en speelt al jaren in de Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso. Dat bracht met zich mee dat hij hen voorrang moest geven als beide orkesten een activiteit gepland hadden staan. 
De uitdaging zat hem in het feit dat je ad hoc repetities en concerten leidt. Daarbij probeer je zoveel mogelijk de interpretatie van de dirigent over te nemen, zodat het orkest niet opeens iets ‘totaal anders’ moest doen. Wat het ook enigszins lastig maakt is, dat er geen continuïteit in je eigen ontwikkeling zit. De punten die je oppikt op een repetitie die je hebt overgenomen kun je pas weer oppakken als de gelegenheid zich voordoet om een volgende repetitie te leiden. Vaak weken later. 
Maar blijkbaar heb ik in die periode wel laten zien in staat te zijn om de band te leiden, omdat ik bij Thijs’ zijn vertrek gevraagd ben om zijn positie over te nemen.